Over Monique Teunissen

Monique Teunissen (1957) is een onafhankelijk kunsthistorisch onderzoeker, auteur, erfgoed-adviseur en (gast)curator. Tot haar specialisatie binnen de kunstgeschiedenis behoren moderne (toegepaste) kunst, design(historie) en architectuur, in het bijzonder in Nederland en in Frankrijk. Haar aandacht gaat tevens uit naar educatieve projecten, zoals voor Studium Generale van de Technische Universiteit Eindhoven, de Alliance Française en eveneens het begeleiden van universitaire studenten in werkgroepen of Summer Schools (Universiteit Utrecht, ArtEZ, Universiteit van Amsterdam). Ze verleent in Nederland en in het buitenland adviezen over bijzonder Nederlands cultureel erfgoed, moderne en eigentijdse kunst, design en architectuur. Ze ondersteunt de beginselen van ICOMOS en DOCOMOMO.

Sinds haar afstuderen aan het Kunsthistorisch Instituut  van de Letterenfaculteit van de (Rijks)Universiteit Utrecht in 1983 heeft zij deelgenomen aan grote onderzoeks- en presentatieprojecten op het gebied van de geschiedenis van de Nederlandse vormgeving, gerealiseerd in samenwerking met Nederlandse musea (Stedelijk Museum Amsterdam, Centraal Museum Utrecht).

Ze was een van de initiatiefnemers van de reeks van tien monografieën over Nederlandse interieurarchitecten, verschenen bij uitgeverij 010 te Rotterdam. Zij publiceerde in 1987 het eerste deel over de ontwerper en publicist Paul Bromberg en twee jaar later het derde deel over Hendrik Wouda, in samenwerking met architect Albert Veldhuisen. Ze maakte tevens deel uit van de redactie van enige uitgaven.

Ze publiceerde over vormgeving in tijdschriften en tentoonstellingscatalogi, over de Nederlandse meubelindustrie en meubelproducenten H. Pander & Zonen en Artifort maar ook over vormgeving van de Nederlandse Spoorwegen (Items, Bijvoorbeeld, Stedelijk Museum Amsterdam). Voor de prestigieuze uitgave The Dictionary Of Art leverde ze diverse artikelen met betrekking tot de Nederlandse kunstgeschiedenis, tegenwoordig terug te vinden in Oxford Art Online en The Grove Encyclopedia Of Decorative Arts.

Voor het Centraal Museum Utrecht organiseerde zij samen met architect Albert Veldhuisen in 1989 de eerste overzichtstentoonstelling over het oeuvre van de in de vergetelheid geraakte architect en ontwerper Hendrik Wouda bij het uitkomen van hun monografie. Ze begeleidde eigentijdse ontwerpers/kunstenaars bij individuele- of groepspresentaties, op diverse locaties in Nederland en in Frankrijk, waaronder de Nederlandse afvaardiging aan enkele grote internationale manifestaties van de Salon des Artistes Decorateurs (SAD) in het Grand Palais te Parijs.

Ruim twintig jaar na haar eerste bezoek aan een in ruïne vervallen opmerkelijk pand in het Zuid-Franse Hyères regelde ze er in 2010, toen de villa inmiddels voor een deel gerestaureerd was, de expositie van een stoel uit de collectie van het Centraal Museum Utrecht. De Nederlandse architect Sybold van Ravesteyn, die zij eind jaren zeventig in zijn Utrechtse woonhuis interviewde, had in 1925 het interieur ontworpen voor een logeerkamer in die villa, indertijd gebouwd naar ontwerp van Robert Mallet-Stevens voor het illustere Franse echtpaar Marie-Laure en Charles de Noailles. In dit interieurontwerp van Van Ravesteyn was een compositie van Piet Mondriaan opgenomen.

Vervolgens ontwikkelde ze het initiatief tot gedetailleerd wetenschappelijk kleuronderzoek in een tweetal ruimten in wat sinds de restauratie als cultureel centrum bekend staat onder de naam Villa Noailles. Zowel van Sybold van Ravesteyn als van de Nederlandse avant-gardist Theo van Doesburg zijn hier bijna een eeuw geleden opmerkelijk vernieuwende ontwerpen gerealiseerd. Diverse publicaties en lezingen heeft ze aan dit onderwerp in de loop der jaren gewijd. Ook werden studenten bij dit onderzoek betrokken.

Tijdens een in 2015 in Hyères gehouden Summer School zijn die twee ruimten nader onderzocht onder leiding van kleurenspecialist Mariël Polman (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), met studenten van de restauratoren-opleiding van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Het onderzoek is allereerst gepresenteerd tijdens een internationaal De Stijl-symposium in het Rijksmuseum Amsterdam (20 april 2016) en vervolgens is een mock-up van het bloemenkamertje uit de Villa Noailles in 2018 gepresenteerd in Museum Dr8888 in het kader van Leeuwarden Culturele hoofdstad van Europa.

In 2014 publiceerde zij opnieuw een monografie: Piet Klaarhamer. Meubelontwerper en architect (uitgeverij NAi010 Rotterdam) nadat zij enkele jaren eerder het door kunsthistorica Marijke Kuper (overleden in 2011) uitgevoerde onderzoek had overgenomen. Naar aanleiding hiervan werd eind 2014 in het Centraal Museum Utrecht de expositie Klaarhamer volgens Rietveld georganiseerd.

In de functie van bestuursvoorzitter was ze betrokken bij de professionele theaterproductie DOMUS in de Beurs van Berlage van INCCOPRODINC Amsterdam (Will Spoor, Beppe Costa, Patrizia Filia, Donald van der Maaten, Jimi D. Voce): een bijzondere compositie voor architectuur, muziek, beweging, licht en tekst, waarbij een tijdelijke open structuur, een villa van staal en gaas, gebouwd werd volgens de antieke bouwprincipes gebaseerd op harmonische verhoudingen. Later realiseerde ze een permanente versie van Domus in Zuid-Frankrijk.

Geregeld publiceert ze over hedendaagse creatieve producties, waaronder sinds een tiental jaren een culturele agenda over exposities en culturele manifestaties in zuid-oost Frankrijk voor de Nederlandse verenigingen in deze regio. Haar presentaties en lezingen hebben veelal Frans-Nederlandse culturele interacties tot thema (o.a. Alliance Française, Kenniscentrum Frankrijk-Nederland Radboud Universiteit Nijmegen, Stichting Ebenist, BNI, ANM, UvA).

Ze woont in Nederland en in Frankrijk, waar ze samenwerkt met Antoine Amagat, psychiater-psychoanalyticus. Ze heeft twee volwassen kinderen.